Als je met innovatoren spreekt geven zij aan dat er geen innovatieproces bestaat. Innoveren is telkens weer anders. Toch bouwen zij ervaring op, waarmee de kans op succes groter wordt. Of je dit nu een innovatieproces, innovatiemotor of innovatieaanpak noemen, er zijn wel patronen. Er zijn bijvoorbeeld dingen die je niet moet doen. En ook zijn er altijd weer nieuwe situaties waar je vast komt te zitten. Dan moet je de juiste mensen weten te mobiliseren om verder te komen.
Mobiliseren
Een van de uitgangspunten is dat innovaties klein ontstaan en dan (soms) verrassend kunnen groeien. Het is belangrijk om vanuit de energie van een klein groepje mensen te werken. Je kunt dit faciliteren door mensen op een slimme manier samen te brengen, te mobiliseren. De schaalgrootte van projecten moet wel beperkt zijn. In het begin niet groter maken dan nodig. Vanuit de energie van een klein groepje haken na verloop van tijd mensen aan, of niet…
Cross-sectoraal
De echte vernieuwing in wetenschap en bedrijfsleven komt komende jaren meer door de verbinding van vakgebieden dan door verdieping binnen een discipline. De (digitale, financiële, economische, politieke) wereld waarin we leven is een grote knoop van relaties geworden: een gigantisch netwerk van partijen die op ongelooflijk veel manieren met elkaar in verband staan. Dit heeft onder andere twee zaken tot gevolg.
Ten eerste hebben we door deze samenhang onbedoeld ook onze problemen genetwerkt. Daardoor zijn ze bijzonder complex geworden. We hebben dit niet alleen gezien in de financiële en economische crisis, maar ook bij tal van energie- en duurzaamheidvraagstukken. Als alles met elkaar samenhangt, hoe los je dan nog iets op? In ieder geval niet meer op de traditionele manieren. Je kunt geen problemen meer isoleren, opsplitsen in oplosbare delen of door een machtsuitspraak de wereld uit helpen.
Ten tweede is kennis toegankelijker dan ooit tevoren en daarmee verliest zij een deel van haar macht. In onze complexe samenleving moet je verbinden, experimenteren en heel snel kunnen leren; in deze kenniseconomie wint niet degene die het meeste weet, maar degene die het snelste experimenteert en leert. De nieuwe macht, of liever kracht, ligt in het verbinden van gestolde kennis tot nieuwe kennis. De snelheid waarmee dit gebeurt en de goede vertaling daarvan naar nieuwe bedrijvigheid is de nieuwe voorsprong.
